ECLI:NL:GHDHA:2017:3297
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling man tot medewerking ontbinding religieus huwelijk wegens onrechtmatige weigering
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam, waarin haar vorderingen tot ontbinding van het religieus huwelijk werden afgewezen. Partijen zijn gehuwd volgens Soennitisch religieus recht sinds 2002, zonder burgerlijk huwelijk. De vrouw vordert dat de man wordt veroordeeld tot medewerking aan de ontbinding van het religieus huwelijk en tot betaling van een dwangsom bij nalatigheid.
Het hof stelt vast dat de weigering van de man om mee te werken aan de religieuze echtscheiding jegens de vrouw onrechtmatig is, omdat dit haar in ernstige mate beperkt in haar levensmogelijkheden binnen haar culturele en sociale omgeving. De man kan niet worden verplicht tot een burgerlijk huwelijk, maar zijn weigering tot medewerking aan de religieuze ontbinding vormt een onrechtmatige daad jegens de vrouw.
Het hof overweegt dat de vrouw door het voortbestaan van het religieus huwelijk wordt belemmerd in het aangaan van nieuwe relaties en reizen naar islamitische landen, en dat de man geen rechtvaardiging heeft voor zijn weigering. De man wordt veroordeeld om binnen twee weken een door hem ondertekende brief te sturen waarin hij de talak uitspreekt, althans een gelijkwaardige handeling verricht volgens het Soennitische recht, onder verbeurte van een dwangsom van 500 euro per dag met een maximum van 100.000 euro. Het bestreden vonnis wordt vernietigd.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot medewerking aan de ontbinding van het religieus huwelijk en betaling van een dwangsom bij nalatigheid.