Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) weken.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Gerechtshof Den Haag
In deze strafzaak is verdachte in eerste aanleg veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen onder dwang jegens een aangeefster in Rotterdam op 27 maart 2014. De rechtbank legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken op, een taakstraf van vijftig uur en een schadevergoedingsmaatregel.
Verdachte ging in hoger beroep tegen dit vonnis. Het gerechtshof Den Haag heeft het vonnis van de rechtbank Rotterdam grotendeels bevestigd, maar vernietigde de strafoplegging en motivering en paste de straf aan. Het hof voegde artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht toe vanwege een eerdere veroordeling van verdachte na het gepleegde feit.
Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken op met een proeftijd van twee jaar. Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het plaatsvond, en de persoonlijke situatie van verdachte, waaronder het negatieve effect op zijn huwelijk en het ontbreken van eerdere veroordelingen behalve een verkeersboete.
De ontuchtige handelingen betroffen onder meer het zoenen, likken en betasten van de aangeefster, waarbij dwang werd uitgeoefend door stevig vastpakken en bedreiging. Het vonnis werd uitgesproken op 13 december 2017 door het hof in Den Haag.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken met een proeftijd van twee jaar wegens ontuchtige handelingen onder dwang.