ECLI:NL:GHDHA:2017:3654
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring onderzoek eerste aanleg wegens misverstand oproeping en terugwijzing naar politierechter
De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van de primaire en secundaire tenlasteleggingen, maar veroordeeld tot een geldboete voor een subsidiaire tenlastelegging. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Tijdens het hoger beroep verzocht de raadsman van de verdachte om terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Rotterdam omdat de verdachte een brief van het Openbaar Ministerie had ontvangen waarin stond dat de zitting van 4 juli 2017 zou worden aangehouden. Hierdoor mocht de verdachte erop vertrouwen dat de zitting niet zou doorgaan.
Het hof constateerde dat de brief het parketnummer van een andere zaak bevatte, namelijk die tegen de aangever, en niet die van de verdachte. Dit leidde tot een gerechtvaardigd vertrouwen bij de verdachte dat haar strafzaak was aangehouden. Omdat de verdachte niet werd bijgestaan door een raadsman in eerste aanleg, was dit misverstand verontschuldigbaar. Het hof oordeelde dat het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg nietig moest worden verklaard omdat de verdachte niet aanwezig was, terwijl zij gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat de zitting was uitgesteld.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen naar de politierechter in de rechtbank Rotterdam voor een nieuwe behandeling, waarbij het recht op twee feitelijke instanties wordt gewaarborgd.
Uitkomst: Het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg wordt nietig verklaard en de zaak wordt terugverwezen naar de politierechter.