Uitspraak
6. ONDERBOUWING
7.WAARDEVASTSTELLING
8.TAXATIEONDERBOUWING
9.VERGELIJKINGSOBJECTEN
Bruto huurwaarde op waardepeildatum € 62.000
8,18
€ 507.279"
“Indien tenslotte het bezwaar (geheel dan wel gedeeltelijk) afgewezen zal worden wenst belanghebbende te worden gehoord.”Hiermee heeft eiseres onmiskenbaar te kennen gegeven dat zij gehoord wenste te worden. Verweerder heeft, nu hij het bezwaar van eiseres ongegrond heeft verklaard, gelet op het vorenstaande, niet kunnen besluiten dat eiseres niet gehoord wenste te worden. Het feit dat verweerder in tijdnood kwam en klaarblijkelijk onder druk van de ingebrekestelling van eiseres hiervan heeft afgezien, komt voor zijn risico. Naar het oordeel van de rechtbank is het horen als bedoeld in artikel 7:2 van Pro de Awb, in verbinding met artikel 30 van Pro de Wet WOZ en artikel 25 van Pro de Awr, een essentieel onderdeel van de bezwaarschriftprocedure. Alleen in de in artikel 7:3 van Pro de Awb genoemde gevallen kan van het horen van de belanghebbende worden afgezien. De rechtbank stelt vast dat geen van die gevallen zich hier voordoet. Het bestreden besluit moet worden vernietigd wegens strijd met artikel 7:2 van Pro de Awb. in verbinding met artikel 25, eerste lid, van de Awr.
- verklaart het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk;
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- wijzigt de beschikking aldus dat de waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld op € 760.000;
- vermindert de aanslagen dienovereenkomstig;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 2.544,60;
- gelast de heffingsambtenaar belanghebbende het door haar gestorte griffierecht ten bedrage van € 834 te vergoeden.