ECLI:NL:GHDHA:2017:3712
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen faillietverklaring en steunvordering bij faillissementsaanvraag
In deze zaak is appellant in staat van faillissement verklaard op verzoek van Rabo Vastgoedgroep Holding N.V., waarbij Stichting Philips Pensioenfonds en Philips Real Estate Investment Management B.V. hun verzoeken tot faillietverklaring niet toegewezen zagen. Appellant betwistte zijn faillietverklaring en ging in hoger beroep.
Appellant voerde twee grieven aan: ten eerste dat de ontnemingsvordering als steunvordering ten onrechte werd aangemerkt, en ten tweede dat het vorderingsrecht van Rabo niet bestond. Het hof oordeelde dat de ontnemingsvordering als steunvordering kon worden aangemerkt omdat deze ter verificatie in het faillissement kan worden ingediend, ook al was er nog een cassatieberoep lopende. Daarnaast wees het hof het betoog van appellant dat de ontnemingsvordering en de vordering van Rabo één vordering zouden zijn af.
Ten aanzien van het vorderingsrecht van Rabo stelde appellant dat er geen geldige cessie was en dat de vordering reeds door derden was voldaan. Het hof vond de argumenten van appellant niet steekhoudend en stelde dat Rabo een toereikende last tot inning had en dat het bestaan van het vorderingsrecht summierlijk was gebleken. Ook de stelling van appellant dat de schade verjaard zou zijn, werd verworpen.
Het hof concludeerde dat appellant niet-ontvankelijk was in het hoger beroep tegen de verzoeken van Stichting Philips Pensioenfonds en Philips Real Estate Investment Management B.V. en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Den Haag van 7 maart 2017 voor het overige.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de faillietverklaring en wijst de grieven van appellant af.