Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
- [naam 2] namens de raad.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
Gerechtshof Den Haag
Het gerechtshof Den Haag heeft op 20 december 2017 de beschikking van de rechtbank Rotterdam bekrachtigd waarin het ouderlijk gezag van de moeder over haar ernstig zieke minderjarige kind werd beëindigd. De moeder was in hoger beroep gekomen tegen deze beslissing, stellende dat zij inmiddels vertrouwen heeft in de medische behandeling en in staat is de juiste beslissingen te nemen.
De minderjarige lijdt aan een erfelijke stofwisselingsziekte met ernstige ontwikkelingsbeperkingen en verblijft sinds augustus 2016 bij de vader. De moeder had in het verleden medische adviezen niet opgevolgd, wat leidde tot ernstige ondervoeding en acuut levensgevaar voor het kind. De raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling stelden dat de moeder onvoldoende inzicht toont in haar handelen en de samenwerking met gezinsvoogden moeizaam verloopt.
Het hof overwoog dat gezamenlijke gezagsuitoefening niet veilig is omdat de vader geneigd is discussies met de moeder over zorg te vermijden, wat levensbedreigende gevolgen kan hebben. Ook beperkte gezagsbeëindiging alleen ten aanzien van medische beslissingen volstaat niet vanwege het bredere gebrek aan samenwerking en leerbaarheid van de moeder. Het hof concludeerde dat de beëindiging van het gezag van de moeder noodzakelijk is ter bescherming van het belang van de minderjarige.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige.