Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest d.d. 19 december 2017
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
3. Indien door een der partijen uit eigen middelen geld is geïnvesteerd in gemeld registergoed aan de [adres] , zal deze partij een vordering hebben op de andere partij ten bedrage van de helft van het door haar geïnvesteerde bedrag. Deze vordering is opeisbaar bij vervreemding van gemelde onroerende zaak en bij beëindiging van deze samenlevingsovereenkomst. De vordering zal geen rente dragen gedurende de periode dat deze vordering niet opeisbaar is.
4. Indien gemelde woning aan de [adres] , wordt verkocht of indien de samenleving al dan niet door overlijden wordt beëindigd, dient er een verrekening plaats te vinden, zo, dat ieder van de partijen gerechtigd is tot een waarde gelijk aan die waartoe zij gerechtigd zou zijn geweest indien de woning ieder van hen voor de onverdeelde helft in juridische/economische eigendom had toebehoord.
5. De verrekening heeft plaats doordat de ene partij aan de andere partij een bedrag uitkeert, zo, dat ieder van hen de helft geniet van de waarde van het registergoed aan de [adres] , op het moment dat de verrekening dient te geschieden, verminderd met de op dat moment op gemelde onroerende zaak rustende (hypothecaire) schulden.
6. Indien de verrekening plaats heeft ten gevolge van het beëindigen van de samenleving zal voor de bepaling van het te verrekenen bedrag per de datum van het eindigen van de overeenkomst aan het registergoed een waarde moeten worden toegekend door partijen, in onderling overleg vast te stellen en bij geschil: door één deskundige, te benoemen door partijen. Mochten partijen het omtrent deze benoeming niet eens kunnen worden, dan zal bedoelde deskundige worden benoemd door de Kantonrechter in het kanton waarin het bedoeld te waarderen registergoed is gelegen, zulks op verzoek van de meest gerede partij.
Bij de waardering van gemeld registergoed zal moeten worden uitgegaan van de waarde in onbewoonde staat. (…)
4. Indien de woning toebehoort aan beide partijen of toebehoort aan de partij, die er niet in blijft wonen, dient de partij die blijft wonen over gemelde periode een redelijke vergoeding te betalen. De Kantonrechter kan, overeenkomstig het hiervoor bepaalde, de partij die blijft wonen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen van het betalen van vergoeding. De vergoeding zal worden vastgesteld door partijen in onderling overleg. Indien partijen het over de vergoeding niet eens kunnen worden, zullen zij deze laten bepalen door een door de Kantonrechter te benoemen deskundige.
7. a. Indien de redelijkheid dit gebiedt, is degene die de bewoning voortzet verplicht een redelijke financiële bijdrage te leveren aan de verhuis- en herinrichtingskosten van de ander, zo nodig vast te stellen door de Kantonrechter. (…)
8. (…)
alweer ruim een jaar niets meer ter zake eigenaarslasten heeft betaald, op een betaling in juni 2016 na.’
Overbedelingsvordering
€ 5.094,30