ECLI:NL:GHDHA:2017:4093
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot gedwongen schuldregeling bij één schuldeiser ondanks weigering
De appellant verzocht de rechtbank om de Belastingdienst te bevelen in te stemmen met een door haar aangeboden schuldregeling op grond van artikel 287a Faillissementswet. De rechtbank verklaarde haar niet-ontvankelijk omdat de Belastingdienst de enige schuldeiser was en een gedwongen schuldregeling volgens de rechtbank alleen bij meerdere schuldeisers mogelijk is.
Het hof oordeelde anders en stelde dat een gedwongen schuldregeling ook bij één schuldeiser kan worden opgelegd wanneer deze weigert in te stemmen. Het hof stelde echter vast dat de Belastingdienst niet onredelijk handelde bij haar weigering, mede gezien het lage percentage van de aangeboden uitkering ten opzichte van de volledige vordering.
Verder woog het hof mee dat de schulden voortkomen uit verwijtbaar handelen van appellant, die geen belasting over ontvangen alimentatie had betaald ondanks kennis hiervan. Ook het gevaar van precedentwerking en het feit dat appellant reeds betalingen verrichtte, waren van belang.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank maar wees het verzoek tot gedwongen schuldregeling af. De schuld aan de Belastingdienst bedroeg ruim €53.000 en de aangeboden regeling voorzag slechts in een kleine uitkering daarvan.
Uitkomst: Het verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen ondanks dat deze ook bij één schuldeiser kan worden opgelegd.