ECLI:NL:GHDHA:2017:4100
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek schuldsaneringsregeling na vernietiging vonnis rechtbank Rotterdam
Appellante heeft bij de rechtbank Rotterdam verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege een schuld van bijna €400.000 aan schuldeisers, voortvloeiend uit een nalatenschap. De rechtbank wees dit verzoek af omdat zij meende dat appellante verhaal door schuldeisers frustreerde en niet te goeder trouw was, mede vanwege onvoldoende aflossing en informatieverstrekking.
In hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat appellante in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek via loonbeslag ruim €89.000 heeft afgelost en dat er geen bewijs is dat zij over gelden uit de nalatenschap beschikte of deze buiten bereik van schuldeisers hield. Ook is vastgesteld dat appellante niet meer gerechtigd is tot de nalatenschap sinds een arrest uit 2006, waardoor eerdere handelingen in een ander licht staan.
Het hof oordeelt dat appellante te goeder trouw was en voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar verplichtingen zal nakomen. Het bezwaar van schuldeisers dat zij geen volledige verantwoording aflegt, is onvoldoende onderbouwd. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en wijst het het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toe.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toe en vernietigt het vonnis van de rechtbank.