Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 24 oktober 2017
[verzoeker]
Gemeente Den Haag,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“..de inzet (is) om het aantal gedwongen
de werknemer
wegens de
Gerechtshof Den Haag
Verzoeker was sinds 1991 werkzaam via een banenpoolregeling en kwam in dienst van de Gemeente Den Haag na het vervallen van de Rijksbijdrageregeling Banenpools. Door het besluit tot afbouw van WIW-banen werd een sociaal plan opgesteld met een doorwerkregeling voor oudere werknemers, waaronder verzoeker, die tot 2016 bij een inlener kon blijven werken.
Na opzegging van de arbeidsovereenkomst door de Gemeente vorderde verzoeker een transitievergoeding. De kantonrechter wees dit af, omdat volgens het overgangsrecht en het Besluit overgangsrecht transitievergoeding een lopende collectieve afspraak zoals het sociaal plan een transitievergoeding uitsluit.
Het hof bevestigde dit oordeel, overwegende dat het sociaal plan en het uitvoeringsplan collectieve afspraken zijn die voorzien in regelingen om de gevolgen van het ontslag te verzachten. De doorwerkregeling stelde verzoeker in staat langer door te werken met behoud van salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden, waardoor hij financieel en sociaal beter af was dan bij directe beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
De kosten van de doorwerkregeling overstegen de gevorderde transitievergoeding aanzienlijk. Het hof concludeerde dat de doorwerkregeling een voorziening is in de zin van het Besluit en dat betaling van een transitievergoeding zou leiden tot dubbele betalingen, hetgeen het overgangsrecht beoogt te voorkomen. De beschikking van de kantonrechter werd bekrachtigd en het hoger beroep van verzoeker werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot transitievergoeding af en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.