ECLI:NL:GHDHA:2017:532
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- C.J. Verduyn
- D. Aarts
- K.I. Oyunlu
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis en toelating tot schuldsaneringsregeling na faillissement
Appellant stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 24 oktober 2016, waarin zijn verzoek tot opheffing van het faillissement en toepassing van de schuldsaneringsregeling was afgewezen. De rechtbank vond onvoldoende aannemelijk dat appellant aan de verplichtingen van de regeling zou voldoen, mede vanwege het ontstaan van nieuwe schulden en vermeende gebrek aan motivatie om te solliciteren.
De curator en rechter-commissaris stonden echter positief tegenover het verzoek, waarbij de curator benadrukte dat een minnelijke regeling niet mogelijk was, maar dat appellant zich coöperatief had opgesteld. Het hof achtte het aannemelijk dat appellant zich zal inspannen om baten te verwerven en actief zal solliciteren, mede omdat de nieuwe schulden voortkwamen uit een periode zonder inkomsten door late uitbetaling van een uitkering.
Gelet op deze omstandigheden vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank, hief het faillissement op en sprak de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor uitvoering van de regeling.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, heft het faillissement op en spreekt de schuldsaneringsregeling uit.