ECLI:NL:GHDHA:2017:533
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens omgangsconflict
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind, die door de kinderrechter was verlengd tot 11 januari 2017. Zij betwist de ontvankelijkheid van het verzoek van de gecertificeerde instelling vanwege vermeende termijnoverschrijding en onbevoegdheid van de gezinsvoogdijwerker die het verzoek indiende.
Het hof oordeelt dat het verzoek tijdig is ingediend, namelijk vijf weken voor het einde van de geldigheidsduur, en dat de gezinsvoogdijwerker bevoegd was omdat het verzoek namens de gecertificeerde instelling werd gedaan. De moeder voert aan dat de ondertoezichtstelling onterecht is omdat er geen ernstige bedreiging is voor de ontwikkeling van de minderjarige, die zich goed ontwikkelt ondanks het ontbreken van contact met haar vader.
De gecertificeerde instelling stelt dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is vanwege de angst van de moeder voor de vader en het ontbreken van contact tussen vader en kind, en dat nader raadsonderzoek nodig is om de situatie te beoordelen.
Het hof stelt vast dat de enige grond voor de ondertoezichtstelling het bewerkstelligen van omgang tussen vader en kind is. Volgens vaste rechtspraak is een ondertoezichtstelling slechts gerechtvaardigd bij ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind en na falen van andere middelen. Het hof vindt onvoldoende bewijs dat de minderjarige ernstig wordt bedreigd en dat de maatregel gerechtvaardigd is.
Daarom vernietigt het hof de bestreden beschikking en wijst het het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af.
Uitkomst: Het hof vernietigt de verlenging van de ondertoezichtstelling en wijst het verzoek van de gecertificeerde instelling af.