Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 14 maart 2017
Actief Plus B.V.,
[naam],
Het geding
Feiten, vordering en oordeel van de kantonrechter
“geen sprake van arbeidsongeschiktheid als gevolg van een medisch objectiveerbare oorzaak. Toelichting: cliënt geeft fysieke en energetische klachten aan. (…) Medewerker heeft benutbare mogelijkheden. (…)”.Op 23 oktober 2013 heeft [geïntimeerde] zich ziek gemeld; eind februari 2014 is zij weer voor 100% van haar uren aan de slag gegaan.
- Je gedrag en communicatie;
- Het werken met een nieuwe collega;
- Het advies van de bedrijfsarts.
: “Kort gezegd ben ik uit mijn functie gezet en is er geen sprake van een voorstel maar een opdracht waar ik het niet mee eens ben. Kantoorwerk zittend staand buigen v/d nek saai doods werk. De vraag is dit passend in vergelijk met wat ik deed omgang met mensen in beweging zijn. Nu zit ik op een stoel verplaats archieven v/d ene doos in de ander geestdodend 20 uur lang onterecht.”
Bij navraag naar het door de werkgever aangeboden/opgedragen werk blijkt dat cliënt alle vrijheid heeft om naar eigen inzicht de uren in te vullen/ dat er naar behoefte afwisseling van houding mogelijk is, zodat het zitten onderbroken kan worden en dat er in eigen tempo gewerkt kan worden, zonder enige vorm van tijdsdruk. Het werk voldoet daarom zowel wat betreft de fysieke- als psychische belasting aan de voorwaarden van de verzekeringsarts. Met andere woorden het aangeboden werk is passend.”
is er keer op keer door Actief Plus op gewezen dat zij haar functie niet naar behoren heeft uitgevoerd. [geïntimeerde] heeft zich daarbij ook keer op keer beroepen op fysieke gebreken, maar die fysieke gebreken zijn telkens niet medisch aantoonbaar geweest. Dat [geïntimeerde] geen vertrouwen in het oordeel van de bedrijfsarts heeft doet hieraan niet af. Het had immers op de weg van [geïntimeerde] gelegen ter zake een second opinion aan te vragen bij het UWV om haar gelijk (en het eventuele ongelijk van de bedrijfsarts) aan te tonen. Actief Plus heeft haar daar ook meerdere keren op gewezen. Dat [geïntimeerde] dat desondanks niet heeft gedaan dient voor haar rekening en risico te blijven. Actief Plus heeft [geïntimeerde] ook diverse malen in de gelegenheid gesteld haar functioneren te verbeteren (…) Immers aan [geïntimeerde] is verscheidene keren een verbetertraject en/of externe coaching aangeboden (…) Aan [geïntimeerde] zijn ook passende andere werkzaamheden aangeboden, zoals de alternatieve werkzaamheden op het hoofdkantoor van Actief Plus. Blijkens het deskundigenoordeel van het UWV d.d. 30 september 2015 zijn die werkzaamheden ook daadwerkelijk passend. Dat [geïntimeerde] die werkzaamheden desondanks niet heeft willen verrichten dient voor haar rekening en risico te blijven.”Tegen de ontbindingsbeschikking is geen hoger beroep ingesteld.