ECLI:NL:GHDHA:2017:583
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Regresvordering bij wettelijke gemeenschap van goederen en hoofdelijk verbonden schulden
Partijen waren gehuwd in wettelijke gemeenschap van goederen en hadden gezamenlijk twee schulden waarvoor zij hoofdelijk aansprakelijk zijn. De man betaalde aflossingen, rente en kosten, maar heeft niet meer dan de helft van de schulden voldaan.
De kern van het geschil betrof de vraag of de man al een regresvordering op de vrouw kon uitoefenen terwijl hij niet meer dan zijn aandeel had betaald. De rechtbank had geoordeeld dat de regresvordering pas ontstaat als de schuldenaar meer dan zijn aandeel voldoet, conform het arrest van de Hoge Raad van 6 april 2012 (NJ 2012/196).
Het hof sluit zich hierbij aan en overweegt dat dit arrest ook analoog toepasbaar is op de onderhavige situatie. Het feit dat de man rente en kosten betaalde doet hieraan niet af. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt dat de regresvordering pas ontstaat als de man meer dan zijn aandeel in de schuld heeft voldaan.