Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 31 januari 2017
[naam] ,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“In deel […] nummer […] wordt in artikel 4a van de bijzondere bepalingen in het bijzonder verwezen naar de rechten van weg welke de eigenaren of gebruikers van de percelen kadastraal bekend gemeente […] sectie […] nummers […] , […] , […] en […] van ouds hebben ten laste van het perceel kadastraal bekend gemeente […] sectie […] nummer […] perceel […] [...straat] […] .”
[e](waaraan blijkens het als productie 2 door [appellanten] in eerste aanleg overgelegde uittreksel Kadastrale Kaart al de andere in het citaat genoemde percelen grenzen), dus een ander perceel dan het perceel van [geïntimeerde] (waaraan niet al de in het citaat genoemde percelen grenzen), en dat door [appellanten] niet is gesteld dat er ten laste van
datperceel niet (ook) andere (beperkte) rechten gelden waarop de verwijzing betrekking kan hebben. Het hof volgt ook niet de stelling van [appellanten] dat uit de splitsingstekening die als productie 2 aan de memorie van grieven is gehecht, is af te leiden (i) dat de steeg oorspronkelijk bij het perceel [...straat] [e] hoorde, (ii) dat de rechten waarvan in het onderzoek van het Kadaster sprake is, juist betrekking hadden op de steeg en niet op enig ander deel van het perceel [...straat] [e] en (iii) dat de steeg met die rechten deel is gaan uitmaken van het perceel [...straat] [a] . [geïntimeerde] heeft dat immers betwist en uit de tekening als zodanig volgt het niet.
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 7 oktober 2015;
- wijst het in hoger beroep meer of anders gevorderde af;
- veroordeelt [appellanten] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden begroot op € 311,- aan verschotten en € 1.788,- aan salaris advocaat en op € 131,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 68,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 68,--, na de datum van betekening, moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.