ECLI:NL:GHDHA:2017:646
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.M. van Baardewijk
- P.B. Kamminga
- L.N.A. van Veen
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling samenwoning en eigendom roerende goederen na beëindiging relatie
Partijen hebben van 1994 tot 2013 samengewoond zonder geregistreerd partnerschap of samenlevingsovereenkomst. Na beëindiging van de relatie verliet de man de gezamenlijke woning, waarna hij vorderde dat de vrouw roerende goederen aan hem zou afgeven waarvan hij eigenaar is. De vrouw betwistte dit en stelde dat sommige goederen mede van haar zijn of aan derden toebehoren.
De rechtbank wees de vordering grotendeels af, maar het hof vernietigde dit en oordeelde dat de man voldoende bewijs had geleverd dat hij eigenaar is van de goederen op de door hem overgelegde lijst, onder meer door aankoopnota's en bankafschriften. De vrouw kon dit niet gemotiveerd weerleggen. Ook de Porsche 911, gekocht en geregistreerd op naam van de man in Engeland, moet aan hem worden afgeleverd.
Het hof wees het beroep van de vrouw af dat zij recht had op vergoeding van 50% van de waarde van de auto, omdat geen overeenkomst bestond over gezamenlijke eigendom of verrekening. De vrouw kon ook geen retentierecht inroepen wegens stallingskosten. Vanwege moeizame communicatie en eerdere weigeringen legde het hof een dwangsom op van €250 per dag met een maximum van €25.000 bij niet-naleving van de afgifte.
De kosten van de procedure worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vrouw wordt gelast tot afgifte van de goederen aan de man onder verbeurte van een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €25.000.