ECLI:NL:GHDHA:2017:749
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging dwangsom voor medewerking begeleide omgang in familierechtelijke procedure
In deze zaak staat de medewerking van de moeder aan het onder begeleiding op gang brengen en uitvoeren van omgang tussen de vader en hun minderjarige kind centraal. De rechtbank had bij beschikking bepaald dat de moeder aan het traject bij de instelling Cardea Jeugdzorg moest meewerken, met een dwangsom bij niet-nakoming. De moeder stelde zich hiertegen op en ging in hoger beroep tegen deze beschikking.
Het hof oordeelt dat het spoedeisend belang van de vader bij nakoming van de beschikking aanwezig is en dat de voorzieningenrechter terecht het vonnis van de rechtbank bekrachtigde. De moeder kon niet met nieuwe feiten aantonen dat de verwijzing naar Cardea niet meer in het belang van het kind zou zijn. Haar gebrek aan vertrouwen in Cardea en haar draagkracht werden door de voorzieningenrechter en het hof niet als voldoende reden gezien om het traject te blokkeren.
Ook de stelling van de moeder dat Cardea het traject zou hebben teruggegeven, leidde niet tot vernietiging van het vonnis. Het hof concludeert dat Cardea begrijpelijkerwijs geen dwangmiddelen heeft om de moeder tot medewerking te dwingen. Het hof bekrachtigt daarom het bestreden vonnis en wijst de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bevestigt de dwangsom voor de moeder bij niet-medewerking aan begeleide omgang.