Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 11 april 2017
[appellante] B.V.,
[geintimeerde] New International N.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“Artikel 3. Verkooporganisatie
Artikel 8. Orders en levering
Artikel 9. Betalingen
dagen na factuurdatum; tot aan het moment dat de betaling bij [appellante] op haar bankrekening is bijgeschreven blijven de geleverde goederen eigendom van [appellante] ; verrekening, korting of opschorting door [geintimeerde], uit welke hoofde dan ook is uitgesloten;
Artikel 12. Rapportage
[geintimeerde] verbindt zich binnen 7 dagen na het einde van iedere maand aan [appellante] te rapporteren hoeveel en van welk soort producten gedurende die periode zijn verkocht, wat de gemaakte omzet is, wat de voorraadpositie is, alsmede een overzicht van openstaande backorders;
Artikel 17. Beëindiging van de overeenkomst
Artikel 18. Strijdigheid met Algemene voorwaarden/wetgeving
Wanneer een of meer bepalingen uit de overeenkomst strijdig zijn met de Algemene Voorwaarden van [appellante] B.V. prevaleert het gestelde in deze overeenkomst (…).”
Artikel 2 Overeenkomst Pro
Artikel 14 Aansprakelijkheid Pro:
(…)
6. De verplichting tot vergoeding van geleden schade zal in geen geval betrekking kunnen hebben op eventuele omzetderving of eventuele andere bedrijfsschade en/of gevolgschade.
7. De verplichting tot vergoeding van schade zal in alle gevallen nimmer meer belopen dan tot ten hoogste creditering van het factuurbedrag (exclusief omzetbelasting) terzake van het niet of onjuist uitgevoerde gedeelte.
8. In ieder geval is [appellante] nimmer aansprakelijk voor schade uit welke hoofde dan ook, voor zover deze schade meer bedraagt dan € 10.000,--.”
“eerste voororder voor het komende winterseizoen”.
- een verklaring voor recht dat [appellante] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verbintenis door de overeenkomst eenzijdig te wijzigen althans op te zeggen althans te ontbinden;
- een verklaring voor recht dat [appellante] aansprakelijk is voor de door [geintimeerde] geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat;
- veroordeling van [appellante] in de proceskosten en de nakosten.
eerstegrief komt [appellante] op tegen het oordeel van de rechtbank dat [geintimeerde] ervan mocht uitgaan dat de opschorting van de overeenkomst bij e-mail van [X] van 26 mei 2014 afkomstig was van [appellante] , althans dat [appellante] een toereikende volmacht had verleend op grond waarvan [X] bevoegd was tot het versturen van die boodschap. [appellante] bestrijdt niet het oordeel van de rechtbank dat de boodschap van [X] moet worden gekwalificeerd als een beroep op opschorting. [appellante] betoogt alleen dat [X] niet bevoegd was de overeenkomst op te schorten. Aangevoerd wordt dat ICC, bij wie [X] in dienst was, uitsluitend fungeerde als verkoopagent met een beperkte operationele rol. Ook uit het handelsregister volgt dat ICC niet bevoegd was om [appellante] te vertegenwoordigen. Uit de overeenkomst volgt ook dat uitsluitend [appellante] tot opschorting en eventueel beëindiging mocht overgaan. Voorts heeft [appellante] bij brief van 27 juni 2014 aan [geintimeerde] medegedeeld dat ICC niet bevoegd was om haar te vertegenwoordigen. Tot slot heeft [appellante] nog een beroep gedaan op artikel 2 lid 3 van Pro de algemene voorwaarden.
tweedegrief is gericht tegen de overweging van de rechtbank dat voor het inroepen van de opschortingsbevoegdheid door [appellante] vereist was dat [geintimeerde] in verzuim was. De
derdegrief richt zich tegen het oordeel dat [appellante] van de betalingsachterstand geen probleem maakte en de
vierdegrief betreft de vraag of de wanprestatie de opschorting rechtvaardigde. In de
vijfdegrief wordt aangevoerd dat, anders dan de rechtbank heeft aangenomen, de tekortkomingen voldoende onderbouwd zijn. Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
nietheeft verricht. Daarnaast heeft [geintimeerde] de niet-nakoming van de onder (f) bedoelde training weersproken door te bestrijden dat [geintimeerde] verplicht was haar servicemedewerkers een training te laten volgen bij [appellante] . Dat verweer moet worden verworpen. [appellante] heeft er terecht op gewezen dat uit Bijlage B bij de overeenkomst volgt dat servicemedewerkers webinars van [appellante] moesten volgen.
Beslissing
in zoverre opnieuw rechtdoende: