Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 15 mei 2018
Eneco Energy Trade B.V. (EET),
Groene Energie Administratie B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“In aanmerking nemende dat: (…)
zoveel mogelijk ten aanzien van de handlingfee, inkoopmethodiek en prijs bij deze SLA wensen aan te sluiten;
Elektriciteit (…)
exclusief de MeetCorrectiefactor component (basis MCF=1)” in artikel 3.1.(ii).b.b1 – niet aan GreenChoice in rekening heeft gebracht, in de reconciliatiefase – op grond van de woorden “
gecorrigeerd met het MCF-component” in artikel 3.1.(ii).b.b3 – alsnog aan GreenChoice in rekening te brengen.
grief IIbetoogt EET dat in het bestreden vonnis ten onrechte niet is geoordeeld dat de MCF component in de reconciliatiefase (alsnog) volledig aan GreenChoice in rekening mag worden gebracht.
Feitelijke allocatie, facturen en/of andere zaken die door derden aan EET inzake GreenChoice portfolio in rekening worden gebracht, worden één op één aan GreenChoice doorberekend”) kan niet anders worden begrepen dan dat alles wat aan EET in rekening wordt gebracht met betrekking tot elektriciteit (grijs zonder groencertificaten) voor klanten van GreenChoice, in beginsel volledig (“één op één”) aan GreenChoice wordt doorberekend.
Ten aanzien hiervan is in ieder geval, doch niet uitsluitend, het volgende van toepassing:”). Het hof is van oordeel dat het, gelet op deze aanhef, in de rede ligt de daaropvolgende subonderdelen te begrijpen als nadere bepalingen ter uitwerking van de hoofdregel van volledige doorberekening en niet – behalve waar dat in de desbetreffende subonderdelen als zodanig tot uitdrukking is gebracht – als uitzonderingen op die hoofdregel.
Voor biovergisting wordt afgesproken dat dit negatief als baseload ingebracht wordt in de afnameprognose en GreenChoice bij uitzondering het onbalansrisico loopt, omdat GreenChoice met deze installaties al enige tijd goede ervaring heeft en de onbalansrisico’s zeer laag inschat.” Ter gelegenheid van de pleidooien hebben beide partijen verklaard dat deze bepaling inderdaad een uitzondering vormt op de hoofdregel.
exclusief de MeetCorrectiefactor component (basis MCF=1)” in subonderdeel b1. Volgens EET is hier echter geen sprake van een uitzondering op het volledig doorberekenen maar slechts van uitstel van doorberekening tot de reconciliatiefase (door de woorden “
gecorrigeerd met het MCF component” in subonderdeel b3). Het hof is van oordeel dat de formulering van de subonderdelen b1 en b3 – anders dan die van subonderdeel b6, tweede bullet – niet duidelijk wijst op een uitzondering op de hoofdregel van volledig doorberekenen.
exclusief de MeetCorrectiefactor component (basis MCF=1)” volgt dat op het zojuist bedoelde volume een gedeelte in mindering wordt gebracht. Dit van doorberekening uitgesloten deel (“component”) van het volume, aangeduid als “MeetCorrectiefactor component”, wordt bepaald door de voor doorberekening van de onbalans gebruikte meetcorrectiefactor (zie hiervoor, onder 2.3) niet uit te gaan van een door inschatting bepaalde waarde, maar door deze op 1 te stellen (“MCF=1”). Het hof leest de hiervoor cursief weergegeven woorden derhalve als: verminderd met (“exclusief”) een gedeelte (“component”) dat bepaald wordt door de meetcorrectiefactor (“MeetCorrectiefactor”), namelijk door deze factor op 1 te stellen (“MCF=1”).
gecorrigeerd met het MCF component” – zo moet worden gelezen dat het in de allocatiefase niet doorberekende volume – “
de MeetCorrectiefactor component”, genoemd in subonderdeel b1 – alsnog mag worden doorberekend in de reconciliatiefase. Dat zou het geval zijn als met beide aangehaalde uitdrukkingen op hetzelfde wordt gedoeld. Volgens EET is dit het geval, volgens GreenChoice niet.
reconciliatievolume wordt (…), gecorrigeerd met het MCF-component” niet meer of anders voortvloeit dan dat bij de berekening van het reconciliatievolume in de daarvoor geldende formules dient te worden uitgegaan van de werkelijke MCF in plaats van MCF=1, kan niet juist zijn, omdat beide partijen bij de pleidooien desgevraagd hebben bevestigd dat het in subonderdeel b3 bedoelde reconciliatievolume voor partijen een gegeven is, in die zin dat dit wordt berekend door TenneT. Het reconciliatievolume wordt door TenneT berekend aan de hand van de hiervoor in 2.5 bedoelde formules, waarin de meetcorrectiefactor een rol speelt (zoals beide partijen bij de pleidooien hebben bevestigd). Nu bij de berekening door TenneT van dat reconciliatievolume reeds rekening wordt gehouden met de (daadwerkelijke) meetcorrectiefactor, heeft het geen goede zin om aan te nemen dat het opgegeven reconciliatievolume op grond van subonderdeel b3 ook nog eens zou moeten worden gecorrigeerd met een MCF component.
Grief IIslaagt derhalve.
grief IIIbetoogt EET dat die overige omstandigheden dan wel een redelijke uitleg van de dienstenovereenkomst evenzeer meebrengen dat in de reconciliatiefase alsnog aan GreenChoice in rekening mocht worden gebracht wat in de allocatiefase niet was doorberekend. GreenChoice verdedigt daarentegen dat de overige omstandigheden van het geval de door haar voorgestane uitleg van de overeenkomst ondersteunen.
het eerder genoemdeMCF component” (cursivering toegevoegd, hof). Ook dit wijst erop dat partijen ervan uitgingen dat wat in de allocatiefase niet zou worden doorberekend, vervolgens in de reconciliatiefase alsnog aan GreenChoice in rekening mocht worden gebracht. Volgens een uitlating van GreenChoice ter gelegenheid van de pleidooien wordt met “het eerder genoemde MCF component” slechts gedoeld op de MCF factor, maar deze verder niet onderbouwde opmerking acht het hof reeds op taalkundige gronden niet overtuigend.
Ad i.Partijen verschillen van mening over de vraag of volledige doorberekening van de MCF-component in 2007 de geldende norm was in de energiemarkt. Het hof kan dit in het midden laten, nu in elk geval niet is gesteld of gebleken dat doorberekening toen zodanig ongebruikelijk was dat GreenChoice op die grond niet erop bedacht hoefde te zijn dat EET de MCF-component volledig zou willen doorberekenen. Daarbij tekent het hof nog aan dat partijen bij de totstandkoming van de dienstenovereenkomst zijn bijgestaan door hun eigen juristen.
Ad ii.GreenChoice stelt dat zij geen reden had om in de onderhandelingen te kennen te geven dat zij het MCF-volume niet alsnog in de reconciliatiefase doorberekend wilde krijgen, omdat zij dat in de dienstenovereenkomst niet las. Het hof is van oordeel dat GreenChoice daarvoor, gelet op de bewoordingen van de dienstenovereenkomst (en het hiervoor onder 21 genoemde document van 21 november 2006), wel degelijk reden had. Hoe dat ook zij, de omstandigheid dat GreenChoice geen vragen zou hebben gesteld, is niet een omstandigheid die meebrengt dat alsnog van een andere uitleg moet worden uitgegaan.
Ad iii.De vraag in hoeverre de formulering van de dienstenovereenkomst aansluit bij de overeenkomst van EET met Retail kan in het midden blijven. GreenChoice heeft de bedoelde overeenkomst met Retail, naar zij zelf stelt, nooit gezien en is van mening dat het hof daaraan voorbij kan gaan (memorie van antwoord, nr. 242).
Ad iv.Volgens EET zijn partijen doelbewust overeengekomen dat het MCF-volume pas in een latere fase aan GreenChoice in rekening gebracht zou worden, namelijk om ‘geschuif met geld’ te voorkomen. GreenChoice betwist dit en stelt dat is overeengekomen dat de MCF-component niet in rekening zou worden gebracht omdat GreenChoice in de allocatiefase niet geconfronteerd wilde worden met het MCF-risico, omdat het in de allocatiefase om forse MCF-volumes en dito betalingsverplichtingen gaat. Het hof constateert dat de stelling van GreenChoice, wat daar verder van zij, betrekking heeft op welke risico’s zij in de allocatiefase niet wilde lopen (vgl. ook de verklaring van [naam 1] van Greenchoice, productie 36 van de zijde van Greenchoice). Ook als die stelling juist zou zijn, valt niet in te zien waarom GreenChoice in de reconciliatiefase niet bereid zou zijn alsnog zoveel mogelijk van de door haar klanten verbruikte elektriciteit, derhalve inclusief de elektriciteit van het MCF-volume, af te rekenen. Met haar eigen klanten rekende GreenChoice immers, naar zij bij de pleidooien heeft bevestigd, eveneens zoveel af conform het daadwerkelijke verbruik.
Ad v.De rechtbank heeft in het midden gelaten of GreenChoice het MCF-volume heeft afgekocht door middel van de onbalanspremie. Het hof kan dit eveneens in het midden laten, nu GreenChoice zich uitdrukkelijk niet op het standpunt stelt dat zij het MCF-volume door middel van de onbalanspremie heeft afgekocht (memorie van antwoord, nr. 249). Wel voert GreenChoice aan dat zij minst genomen heeft mogen verwachten dat met de onbalanspremie ook in ieder geval deels een afkoop van het MCF-volume is bedoeld. De argumentatie hiervoor (memorie van antwoord, nrs. 257 e.v.) acht het hof evenwel weinig helder en in elk geval niet van zodanig gewicht dat op grond daarvan tot een andere uitleg van de dienstenovereenkomst moet worden gekomen.
Ad vi.Volgens Greenchoice mocht EET pas door het overeenkomen van het addendum de MCF-component aan haar doorberekenen, terwijl volgens EET het addendum slechts meebracht dat zij de MCF-component reeds in de allocatiefase, en niet pas in de reconciliatiefase mocht doorberekenen. Het hof is van oordeel dat de uitlatingen tussen partijen die verband houden met (de totstandkoming van) het addendum, niet duidelijk op de juistheid van de ene of de andere uitleg wijzen. Weliswaar is in dat verband enige malen sprake geweest van het doorvoeren van ‘volledige allocatie’ in plaats van ‘MCF=1’, maar naar het oordeel van het hof kan hiermee, anders dan GreenChoice meent, ook (slechts) gedoeld zijn op vervroeging van het moment waarop het MCF-volume mocht worden doorberekend van de reconciliatiefase naar de allocatiefase. Dat is bijvoorbeeld duidelijk het geval in de toelichting op het concept addendum dat EET op 25 november 2009 aan Greenchoice heeft gezonden (productie 40 van de zijde van Greenchoice). De in de pleitaantekeningen van Greenchoice onder 23 daaruit aangehaalde woorden hebben, zo blijkt uit de context in de bedoelde toelichting, betrekking op de allocatiefase.
Ad vii. Ten slotte hebben partijen gedebatteerd over de vraag of het voor rekening van EET laten komen van het MCF-volume tot een onredelijke uitkomst leidt. Nu GreenChoice van haar kant slechts betoogt dat het voor rekening van EET laten komen van het MCF-volume niet per definitie onredelijk was, maar niet dat het in de reconciliatiefase mogen doorberekenen tot een voor GreenChoice per definitie onredelijke uitkomst leidt, kan dit aspect niet leiden tot een voor GreenChoice gunstiger uitkomst.
Beslissing
opnieuw recht doende: