ECLI:NL:GHDHA:2018:1141
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- M.E. Honée
- J. Frieling
- R.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering in kort geding wegens afstemmingsregel bij geschil over levering bedrijfspand
In deze civiele zaak staat een geschil centraal over de levering van een bedrijfspand tussen appellant en geïntimeerde. Appellant stelt het pand gekocht te hebben en recht te hebben op onbezwaarde levering, terwijl geïntimeerde dit betwist en spreekt van een lening en geen overeenstemming over verkoop. In eerdere procedures werd appellant veroordeeld tot levering, maar de notaris weigerde te passeren vanwege onduidelijkheden.
Appellant startte een kort geding waarin hij medewerking aan levering en betaling van een bedrag eiste, terwijl geïntimeerde betaling en schadevergoeding vorderde. De voorzieningenrechter wees de vorderingen af, waarna appellant hoger beroep instelde. Ondertussen wees de bodemrechter een vonnis waarin werd vastgesteld dat partijen een koopovereenkomst hadden gesloten voor €400.000 en veroordeelde geïntimeerde tot medewerking aan levering.
Het hof oordeelt dat het kort gedingvonnis moet worden afgestemd op het bodemvonnis, tenzij sprake is van een misslag of spoedeisendheid, wat hier niet het geval is. Het hof vernietigt het bestreden vonnis, veroordeelt geïntimeerde in de proceskosten en wijst diens vorderingen af. Het hof benadrukt dat appellant niet onnodig heeft gehandeld gezien de executieproblemen en de duur van de bodemprocedure.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van 15 maart 2017, veroordeelt geïntimeerde in proceskosten en wijst diens vorderingen af.