ECLI:NL:GHDHA:2018:1154
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ondertoezichtstelling wegens voldoende geaccepteerde zorg door ouders
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam die de minderjarigen onder toezicht stelde van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSS). De ouders oefenen gezamenlijk gezag uit over drie minderjarigen die bij hen wonen.
De vader betwistte de ondertoezichtstelling en voerde aan dat de hulpverlening ook vrijwillig tot stand was gekomen en dat de ouders bereid waren noodzakelijke hulp te accepteren. Diverse rapporten en e-mails toonden aan dat de ontwikkeling van de kinderen goed verliep en dat de ouders zorgzaam waren. De raad stelde dat er spanningen en communicatieproblemen waren die de hulpverlening belemmerden, vooral bij de oudste minderjarige.
Het hof overwoog dat hoewel er zorgen waren over de oudste minderjarige, de ouders niet onwelwillend waren en de hulpverlening niet belemmerden. De wisselingen in hulpverlening waren te wijten aan financiering en hulpverleners die niet de juiste zorg konden bieden. De hulpverlening verliep over het algemeen naar behoren en de kinderen waren in zicht van hulpverleners.
Daarom concludeerde het hof dat niet was voldaan aan de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling volgens artikel 1:255 BW Pro en vernietigde de beschikking van de rechtbank. Het verzoek tot ondertoezichtstelling werd afgewezen en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof vernietigde de ondertoezichtstelling en wees het verzoek tot ondertoezichtstelling af omdat de ouders de noodzakelijke zorg voldoende accepteren.