Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
BESLISSING
spreekt de verdachtedaarvan
vrij.
Gerechtshof Den Haag
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot zeven maanden gevangenisstraf wegens betrokkenheid bij de handel in heroïne en cocaïne. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken. Het hof oordeelde dat het enkel aantreffen van DNA-celmateriaal van de verdachte op stucmessen onvoldoende bewijs vormt voor de ten laste gelegde feiten.
Het DNA-materiaal betrof mengprofielen zonder een duidelijk hoofdprofiel van de verdachte, waarbij ook geen onderzoek was gedaan naar de wijze van overdracht (primaire, secundaire of tertiaire). Daarnaast waren er geen andere overtuigende bewijzen die de betrokkenheid van de verdachte bij de drugsactiviteiten konden bevestigen.
Hoewel de verdachte op de dag van de ten laste gelegde feiten in de woning aanwezig was en na een politie-inval op een balkon van een naastgelegen woning werd aangetroffen, rechtvaardigen deze feiten geen bewezenverklaring. Een getuige kon de verdachte niet identificeren. Het hof concludeerde daarom dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak de verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij handel in heroïne en cocaïne.