ECLI:NL:GHDHA:2018:1578
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging eenhoofdig gezag moeder en ondertoezichtstelling minderjarigen
In hoger beroep is het geschil tussen de vader en moeder over het ouderlijk gezag en de ondertoezichtstelling van hun vier minderjarige kinderen behandeld. De rechtbank had eerder het gezamenlijk gezag over drie kinderen beëindigd en eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend. De vader betwistte dit en verzocht het hof om het gezamenlijk gezag te handhaven.
De feiten betreffen een problematische verstandhouding tussen de ouders, psychische problematiek bij de moeder en een instabiele gezinssituatie, waarbij de moeder en kinderen tijdelijk naar het buitenland waren gevlucht. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde tot ondertoezichtstelling vanwege de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen.
Het hof overweegt dat de verstandhouding tussen de ouders zodanig verstoord is dat gezamenlijk gezag niet in het belang van de kinderen is. De moeder kampt met psychische problemen en er is angst bij de kinderen voor de vader. Het hof bekrachtigt de eenhoofdig gezagsvoorziening en stelt de minderjarigen onder toezicht van Jeugdbescherming west, regio Haaglanden, voor twaalf maanden, waarbij hulpverlening wordt gecoördineerd en voortgezet.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de moeder en stelt de minderjarigen onder toezicht van Jeugdbescherming west voor twaalf maanden.