ECLI:NL:GHDHA:2018:1635
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schorsing uitvoerbaarverklaring echtscheiding Islamitisch recht en bruidsschat
Partijen zijn in 2009 in Iran gehuwd en in 2016 gescheiden naar Nederlands recht. De vrouw vordert dat de man meewerkt aan de echtscheiding naar Islamitisch recht en de bruidsschat betaalt. De rechtbank veroordeelde de man tot medewerking en betaling, met dwangsom en uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man gaat in hoger beroep en vordert schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Hij stelt dat hij financieel niet in staat is te betalen en dat de vrouw alleen een uitkering heeft. De vrouw heeft belang bij de Islamitische scheiding vanwege persoonlijke vrijheid.
Het hof overweegt dat geen juridische of feitelijke misslag is gebleken en dat geen nieuwe feiten zijn. Gezien de familierechtelijke verhouding en belangen weegt het belang van de man bij schorsing zwaarder dan het belang van de vrouw bij onmiddellijke uitvoering. De schorsing wordt toegewezen en kosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof schorst de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de medewerking aan de Islamitische echtscheiding en betaling van de bruidsschat.