Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- appellanten, bijgestaan door hun advocaat en door [tolk] , [tolk] en [tolk] , tolken in de Turkse taal;
- de gemeente.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
- de gemeente verleende van 19 augustus 2005 tot en met 31 mei 2016 bijstand aan [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ) en [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2] );
- het Internationaal Bureau Fraude-Informatie (IBF) heeft onderzoek gedaan naar het vermogen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] boven de wettelijke grens voor vermogensvrijlating als bedoeld in artikel 34 Participatiewet Pro (voorheen Wet Werk en Bijstand);
- bij besluit van 24 juni 2016 heeft de gemeente [betrokkene 1] en [betrokkene 2] bericht dat de bijstandsuitkering per 1 juni 2016 is stopgezet omdat uit de gegevens van het IBF is gebleken dat zij vanaf 14 augustus 2007 in het bezit zijn van een stuk grond in Turkije, geschat op een waarde van € 193.560,35, dat op naam van [betrokkene 1] staat;
- bij beschikking van 30 juni 2016 van de gemeente is het recht op bijstand van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] over de periode 14 augustus 2007 tot en met 31 mei 2016 herzien en is de teveel verstrekte bijstand teruggevorderd tot een bedrag van € 132.405,19;
- bij beschikking van 25 oktober 2016 is de terugvordering verhoogd tot een bruto bedrag van € 150.513,22 in verband met afgedragen loonheffing;
- Op 19 juli 2016 is de grond in Turkije kadastraal geregistreerd als eigendom van acht belanghebbenden, waaronder [betrokkene 1] , [appellant 1] , [appellant 2] , [appellant 3] en [appellant 4] , elk voor een achtste deel;
- bij besluit van 29 september 2016 van de gemeente is appellanten bericht dat de gemeente heeft besloten de aan [betrokkene 1] en [betrokkene 2] verstrekte bijstand op ieder van hen als begunstigden te verhalen ter hoogte van € 24.195,05.