ECLI:NL:GHDHA:2018:1877
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming erkenning minderjarige wegens risico op belemmering ontwikkeling
De man heeft in hoger beroep verzocht om vervangende toestemming tot erkenning van zijn minderjarige kind, waarbij de moeder alleen het gezag uitoefent. De rechtbank had dit verzoek eerder afgewezen vanwege zorgen over de gevolgen voor de moeder en het kind.
De man betoogde dat de mishandeling eenmalig was en dat de moeder ondanks haar psychische begeleiding een stabiel opvoedklimaat kan bieden. De vrouw stelde dat zij meerdere malen door de man was mishandeld, nog steeds psychische begeleiding ontvangt en lijdt aan epilepsie die door stress verergert. Zij vreest dat erkenning de deur opent voor omgangsprocedures die haar en het kind onrust en angst bezorgen.
De bijzondere curator adviseerde het verzoek af te wijzen vanwege de emotionele weerstand en angst van de moeder, en het risico dat de minderjarige wordt belemmerd in zijn ontwikkeling. Het hof oordeelde dat de belangen van de moeder en het kind zwaarder wegen dan het belang van de man bij erkenning, mede gelet op recente veroordelingen van de man voor mishandeling en het opgeheven contactverbod.
Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het verzoek af, met compensatie van de proceskosten. De moeder zal de minderjarige zelf blijven voorlichten over zijn afstamming, wat van belang is voor diens identiteitsontwikkeling.
Uitkomst: Het verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning van de minderjarige wordt afgewezen vanwege reëel risico op belemmering van diens ontwikkeling.