ECLI:NL:GHDHA:2018:2004
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging uithuisplaatsing minderjarige wegens zorgbehoefte en samenwerkingstekort ouders
In deze civiele zaak stond de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige centraal. De ouders waren het niet eens met de beslissing van de kinderrechter en gingen in hoger beroep. Zij stelden dat de gecertificeerde instelling onvoldoende concrete doelen stelde en onvoldoende zicht had op hun situatie. Daarnaast verzochten zij subsidiair om een deskundigenonderzoek naar hun opvoedvaardigheden.
De gecertificeerde instelling voerde aan dat de verlenging terecht was vanwege het verschil in visie over de bedreigingen voor het kind en de gebrekkige samenwerking met de ouders, met name het weigeren van de vader om inzage te geven in zijn persoonlijkheidsonderzoek. Het hof onderschreef de gronden van de kinderrechter en oordeelde dat de uithuisplaatsing noodzakelijk blijft in het belang van de minderjarige, die lijdt aan een zeldzaam genetisch syndroom met zorgelijke prognose.
Het hof wees het verzoek tot deskundigenonderzoek af, mede omdat een persoonlijkheidsonderzoek al beschikbaar is en een nieuw onderzoek belastend zou zijn voor de minderjarige. De belangen van het kind en de veiligheid stonden centraal in de beslissing. De bestreden beschikking werd bekrachtigd en het beroep van de ouders verworpen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de uithuisplaatsing en wijst het verzoek tot vernietiging en deskundigenonderzoek af.