ECLI:NL:GHDHA:2018:2041
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot doorhaling aantekening gezamenlijk gezag in gezagsregister
De moeder en vader zijn gescheiden ouders van een minderjarige die in 2011 is geboren. De vader heeft de minderjarige erkend. De moeder verzocht de rechtbank om de aantekening van het gezamenlijk gezag in het gezagsregister door te halen, stellende dat de vader misbruik heeft gemaakt van haar DigiD-gegevens bij de digitale aanvraag van het gezamenlijk gezag.
De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de moeder in hoger beroep ging. Het hof nam het hoger beroep in behandeling omdat de moeder een in rechte te respecteren belang had bij haar verzoek, ondanks dat de moeder inmiddels eenhoofdig gezag heeft.
Het hof oordeelde dat de moeder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vader misbruik had gemaakt van haar DigiD-gegevens. Bewijsmateriaal toonde aan dat de digitale aanvraag waarschijnlijk vanaf het adres van de werkgever van de vader was gedaan, maar de vader had gemotiveerd verklaard dat hij op dat moment niet op zijn werk was. De moeder kon geen aanvullend bewijs leveren en het hof zag geen reden om ambtshalve bewijs op te dragen.
Daarom werd het verzoek tot doorhaling van de aantekening van het gezamenlijk gezag afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot doorhaling van de aantekening van het gezamenlijk gezag in het gezagsregister wordt afgewezen.