Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[geïntimeerde sub 1],
2. DBS Belastingadviseurs B.V.,
1.Het geding
2.De beoordeling van het hoger beroep
3.Slotsom
€ 78,-
€ 313,-
€ 1.688,72
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak vordert appellante de terugbetaling van een geldlening van €164.092,- met rente en proceskosten van geïntimeerden, bestaande uit een natuurlijke persoon en twee rechtspersonen. De rechtbank wees de vordering af omdat de gronden onvoldoende waren toegelicht. In hoger beroep verschijnt geïntimeerden niet, waarna verstek wordt verleend.
Appellante onderbouwt haar vordering met diverse documenten, waaronder overeenkomsten van geldlening, betalingsbewijzen en correspondentie waaruit blijkt dat de lening in 2011 is verstrekt en dat er sprake is van wanbetaling. Het hof oordeelt dat de vorderingen tegen de natuurlijke persoon en een van de rechtspersonen toewijsbaar zijn, maar wijst de vordering tegen de derde geïntimeerde af omdat diens aansprakelijkheid niet is onderbouwd.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de twee aansprakelijke partijen hoofdelijk tot betaling van het gevorderde bedrag met rente vanaf 14 september 2017, alsmede in de proces- en beslagkosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof veroordeelt twee geïntimeerden hoofdelijk tot betaling van €164.092,- met rente en kosten, en wijst de vordering tegen de derde af.