Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 20 februari 2018
,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Looptijd
verbodsbepalingen
medeonderpand
- i) niet heeft weersproken dat schuldeisers door de rechtshandelingen zijn benadeeld en evenmin dat bij Kijfhoek sprake was van wetenschap van die benadeling;
- ii) geen sprake is van een tegenprestatie;
- iii) nu de rechtshandelingen om niet zijn verricht, in het midden kan blijven of wist of behoorde te weten dat benadeling van de schuldeisers het gevolg zou zijn van het vestigen van de zekerheden;
- iv) de conclusie is dat de curator de rechtshandelingen waarbij het pandrecht en het hypotheekrecht zijn gevestigd rechtsgeldig heeft vernietigd;
- v) dit meebrengt dat voor de bevoegdheid tot inning van huurtermijnen die door openbaarmaking van het pandrecht op is komen te rusten, met terugwerkende kracht de grondslag heeft ontbroken en dat is gehouden hetgeen door haar is geïnd af te dragen aan de boedel.
Beslissing
- vernietigt het vonnis van de rechtbank van 21 oktober 2015 voor zover de rechtbank in het dictum onder 5.2. meer heeft toegewezen dan € 58.372,52;
- bekrachtigt het vonnis voor het overige;
- veroordeelt in de kosten van het hoger beroep tot op heden aan de zijde van de curator begroot op € 718 aan griffierecht en € 4.893 voor salaris advocaat;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.