ECLI:NL:GHDHA:2018:2470

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
24 september 2018
Publicatiedatum
25 september 2018
Zaaknummer
1316-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 517 SvArt. 512 SvArt. 12 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning van raadsheer wegens mogelijke onpartijdigheid

In deze zaak heeft raadsheer J.W. Wabeke verzocht zich te mogen verschonen van de behandeling van een beklagzaak ex artikel 12 Wetboek Pro van Strafvordering. Dit verzoek werd ingediend op 24 september 2018 en betreft een zaak waarin klagers bezwaar maakten tegen het niet vervolgen van een verdachte.

De raadsheer baseerde zijn verzoek op het feit dat hij de verdenking die de advocaat van klagers jegens hem uitte ongegrond acht en dat de publiciteit rondom deze acties hem zou kunnen belemmeren in zijn onbevoegde en onpartijdige oordeel over de zaak.

De meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde gronden zodanig zijn dat de rechterlijke onpartijdigheid mogelijk schade kan lijden. Daarom is het verzoek tot verschoning toegewezen.

De beslissing is genomen door de rechters I.E. de Vries, J.A. van Kempen en F.R. Salomons op 24 september 2018. Een afschrift van de beslissing zal worden toegezonden aan de betrokken partijen.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van raadsheer Wabeke is toegewezen wegens gegronde vrees voor schending van rechterlijke onpartijdigheid.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

AV-nummer : 1316-18
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken
inzake het schriftelijk verzoek om verschoning van 24 september 2018 van de na te noemen raadsheer, als bedoeld in artikel 517 van Pro het Wetboek van Strafvordering in de beklagzaak ex artikel 12 van Pro het Wetboek van Strafvordering van [klagers], met als raadsvrouw mr. B.L.M. Ficq, advocaat te Amsterdam, met kenmerk K18/220231, over het niet vervolgen van:

[beklaagden]

Het geding

In genoemde beklagzaak is bepaald dat op 26 september 2018 een raadkamerzitting van de meervoudige raadkamer zal plaatsvinden, alwaar de raadsheer mr. J.W. Wabeke, als voorzitter van de behandelend kamer, zitting heeft.
Bij verzoekschrift van 24 september 2018 heeft de voornoemde raadsheer mr. J.W. Wabeke verzocht zich te mogen verschonen in de beklagzaak.
3. De meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken heeft de zaak op 24 september 2018 behandeld.

Het verschoningsverzoek

4. Aan het verschoningsverzoek wordt – kort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd.
Gelet op de omstandigheid dat mr. Wabeke de door de raadsvrouw van klagers jegens hem opgeworpen verdenking als ongefundeerd ziet, alsmede gelet op de door de acties van deze advocaat ontstane publiciteit, vreest mr. Wabeke dat hij niet meer in staat is onbevangen over de zaak en de daarin voorgelegde verzoeken te oordelen.

Beoordeling van het verschoningsverzoek

5. In artikel 517 in Pro verbinding met artikel 512 Wetboek Pro van Strafvordering is bepaald dat op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, elk van de rechters die een zaak behandelt kan verzoeken zich te mogen verschonen.
6. Gelet op de in het verzoek gegeven toelichting is de kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van oordeel dat het verzoek voor toewijzing vatbaar is, aangezien de daarin aangevoerde gronden in het onderhavige geval dusdanig zijn dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
7. Het verzoek om verschoning zal daarom worden toegewezen.

Beslissing

Het hof:
  • wijst het door mr. J.W. Wabeke gedane verzoek om verschoning toe;
  • bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan de raadsvrouw van de klagers, het Openbaar Ministerie en de raadsheer die om verschoning had verzocht.
Deze beslissing is gegeven op 24 september 2018 door mrs. I.E. de Vries, J.A. van Kempen, en F.R. Salomons, in aanwezigheid van de griffier mr. J. van der Vegte.