ECLI:NL:GHDHA:2018:2532
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wederrechtelijke toe-eigening van gevonden portemonnee
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zeven dagen wegens wederrechtelijke toe-eigening van een portemonnee met inhoud die toebehoorde aan een ander. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken.
De verdachte werd aangehouden met een portemonnee in zijn bezit die toebehoorde aan de aangever. Hij verklaarde de portemonnee op straat te hebben gevonden en deze te willen teruggeven. Alle pasjes zaten nog in de portemonnee. Het hof oordeelde dat het enkel onder zich hebben van een gevonden goed, zonder bewijs van het als heer en meester beschikken, geen wederrechtelijke toe-eigening oplevert.
Daarom kon niet worden bewezen dat de verdachte zich de portemonnee wederrechtelijk had toegeëigend. Het hof sprak de verdachte vrij en vernietigde het vonnis van de politierechter.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor wederrechtelijke toe-eigening van de portemonnee.