Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.3. De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
6.De beslissing
29 maart 2019pro forma;
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak staat het geschil tussen de vader en moeder van een minderjarige centraal over het omgangsrecht en het gezamenlijk gezag. De rechtbank had de vader het recht op omgang met de minderjarige ontzegd en zijn verzoeken afgewezen. De vader ging hiertegen in hoger beroep en verzocht om een omgangsregeling en gezamenlijk gezag.
De moeder stelde dat de omgang ontzegd moest blijven vanwege ernstige zorgen over het gedrag van de vader, waaronder bedreigingen en vermoedens van seksueel misbruik. De minderjarige vertoonde sociaal-emotionele problemen en kreeg therapie. De raad voor de kinderbescherming adviseerde nader onderzoek, maar vond een bijzondere curator te belastend.
Het hof achtte zich onvoldoende geïnformeerd om een definitieve beslissing te nemen en verzocht de raad een nieuw onderzoek te doen naar de veiligheid, opvoedkundige vaardigheden en draagkracht van de ouders en de minderjarige. De zaak werd aangehouden tot 29 maart 2019 om het rapport af te wachten. Benoeming van een bijzondere curator werd voorlopig niet gedaan vanwege de belasting voor de minderjarige.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot omgangsregeling af en houdt de zaak aan voor nader onderzoek door de raad voor de kinderbescherming.