Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
BESLISSING
niet bewezendat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en
spreekt de verdachtedaarvan
integraal vrij.
Gerechtshof Den Haag
In hoger beroep heeft het gerechtshof Den Haag het vonnis van de rechtbank Rotterdam vernietigd en verdachte vrijgesproken van mensenhandel in vereniging met betrekking tot seksuele uitbuiting van een minderjarig meisje.
De zaak betrof de periode mei 2014 waarin de minderjarige via advertenties als prostituee werd aangeboden en seksuele handelingen verrichtte met klanten. Verdachte werd verweten betrokken te zijn bij het werven, vervoeren, huisvesten en uitbuiten van het slachtoffer. Het hof constateerde echter dat de verklaringen van het slachtoffer over de rol van verdachte niet eenduidig waren en niet ondersteund werden door voldoende aanvullend bewijs.
Hoewel verdachte aanwezig was op de locatie waar de prostitutiewerkzaamheden plaatsvonden en zijn gedrag vragen opriep, ontbrak het aan wettig en overtuigend bewijs dat hij zich schuldig had gemaakt aan mensenhandel. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard en de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf werd afgewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mensenhandel wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.