ECLI:NL:GHDHA:2018:2608
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarigen ondanks verzet moeder
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar twee minderjarige kinderen bij de vader. De moeder was het niet eens met de beslissing van de rechtbank Den Haag om de uithuisplaatsing te verlengen en verzocht om vernietiging van deze beschikking. Zij stelde dat de wettelijke gronden voor uithuisplaatsing ontbraken en dat de rechtbank onvoldoende had getoetst aan artikel 8 EVRM Pro.
De gecertificeerde instelling voerde verweer en stelde dat de moeder al jarenlang geen enkele medewerking verleent aan de uitvoering van haar taken, waaronder het noodzakelijke NIFP-onderzoek. Uit het onderzoek bleek dat het in het belang van de minderjarigen was om bij de vader te verblijven. De moeder had geen toestemming gegeven voor behandeling of overleg tussen hulpverleners en had de omgang met de kinderen bemoeilijkt.
Het hof oordeelde dat de moeder haar stellingen onvoldoende had onderbouwd en dat de rechtbank terecht de machtiging tot uithuisplaatsing had verlengd. De belangen van de minderjarigen, die ernstig kwetsbaar zijn, staan voorop. De voortdurende strijd van de moeder veroorzaakt onrust en onveiligheid. Het hof vond dat de inbreuk op het recht op gezinsleven gerechtvaardigd was en wees het verzoek tot nader onderzoek af. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen bij de vader wordt verlengd en het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen.