ECLI:NL:GHDHA:2018:2822
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Toewijzing ondertoezichtstelling en aanpassing omgangsregeling minderjarige na langdurige omgangsproblemen
De zaak betreft een geschil tussen de ouders over de omgangsregeling met hun minderjarige kind, geboren in 2011. De vader heeft de minderjarige erkend, de moeder heeft het gezag. De rechtbank had een omgangsregeling vastgesteld en dwangsommen opgelegd aan de moeder bij niet-naleving.
De moeder kwam in hoger beroep tegen deze beschikking en verzocht afwijzing van het omgangsverzoek van de vader en vernietiging van de dwangsommen. De vader voerde incidenteel hoger beroep en verzocht onder meer om ondertoezichtstelling van de minderjarige om de omgang onder begeleiding op gang te brengen.
Het hof constateerde dat de omgang al jaren geblokkeerd wordt door de moeder, ondanks diverse trajecten en adviezen, waaronder het traject 'Ouderschap blijft'. De raad voor de kinderbescherming ondersteunde het verzoek tot ondertoezichtstelling vanwege de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige door het ontbreken van contact met de vader.
Het hof stelde de minderjarige onder toezicht van een gecertificeerde instelling voor één jaar en vernietigde de omgangsregeling van de rechtbank, waarbij de jeugdbeschermer de opbouw van de omgang zal bepalen. Tevens werden de dwangsommen tegen de moeder vernietigd en het verzoek tot oplegging van nieuwe dwangsommen afgewezen.
Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld en de omgangsregeling wordt aangepast onder begeleiding van een jeugdbeschermer; dwangsommen tegen de moeder worden vernietigd.