ECLI:NL:GHDHA:2018:3007
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- M.J. de Haan-Boerdijk
- H. van den Heuvel
- T.B. Trotman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens niet-nakomen aanzeggingsplicht in hoger beroep
In deze strafzaak was de verdachte bij verstek vrijgesproken door de politierechter van de rechtbank Rotterdam. Het vonnis werd aan de verdachte persoonlijk uitgereikt, maar de kennisgeving van het hoger beroep en de dagvaarding in hoger beroep werden niet in persoon betekend.
Het hof oordeelt dat op grond van artikel 409, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering het niet-nakomen van de aanzeggingsplicht in dit geval leidt tot de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in het ingestelde hoger beroep. Hoewel het Openbaar Ministerie stelde dat het maatschappelijk belang geen handhaving van het appel rechtvaardigt, volgt het hof dat de procedurele regels strikt moeten worden nageleefd.
Daarom verklaart het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is gewezen door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Den Haag op 3 oktober 2018.
Uitkomst: Het hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep wegens het niet-nakomen van de aanzeggingsplicht.