ECLI:NL:GHDHA:2018:3098
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettelijke grondslag voor bevel tot betreden woning
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het niet opvolgen van een bevel van een politieambtenaar om haar woning niet te betreden. Het hof heeft het hoger beroep behandeld en oordeelde dat het bevel niet op een wettelijke grondslag berustte. De politieambtenaar had de verdachte verteld dat de situatie 'bevroren' was in afwachting van een machtiging, maar dit is volgens het hof niet voldoende om de toegang tot de woning te ontzeggen.
Het hof overwoog dat een dergelijke 'bevriezing' alleen wettelijk is toegestaan bij een doorzoeking ter inbeslagneming op grond van artikel 96, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. Voor het enkel afwachten van een machtiging tot binnentreden of doorzoeking ter aanhouding ontbreekt een wettelijke basis. Er was geen andere wettelijke grondslag gebleken om de verdachte de toegang tot haar woning te ontzeggen.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. De strafbeschikking werd eveneens vernietigd. Dit arrest werd gewezen door het hof Den Haag op 23 oktober 2018.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettelijke grondslag voor het politiebevel om de woning niet te betreden.