ECLI:NL:GHDHA:2018:3226
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verdeling gemeenschap en gebruiksvergoeding voormalige echtelijke woning
Partijen zijn gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. De echtscheiding is ingeschreven op 29 maart 2018. In eerste aanleg is de echtscheiding uitgesproken en de verdeling van de gemeenschap gelast, met een bepaling over de taxatie van de woning en de betalingsverplichtingen van partijen betreffende eigenaarslasten en gebruiksvergoeding.
De vrouw kwam in hoger beroep tegen de bestreden beschikking en verzocht onder meer om een bindende taxatie van de woning per taxatiedatum, toedeling aan de man onder ontslag van haar hypothecaire aansprakelijkheid en een gebruiksvergoeding voor het gebruik door de man. De man stelde zich op het standpunt dat de peildatum voor waardering 27 maart 2017 is en verzocht om afwijzing van het verzoek van de vrouw, terwijl hij zelf incidenteel hoger beroep voerde voor betaling door de vrouw van haar aandeel in de eigenaarslasten.
Het hof oordeelde dat de peildatum de datum van feitelijke verdeling is, tenzij anders overeengekomen of de redelijkheid en billijkheid zich verzetten, wat hier niet het geval was. Partijen kwamen overeen dat de taxateur de woning zou taxeren per taxatiedatum en per 27 maart 2017. Het hof stelde een gebruiksvergoeding van €409 per maand vast ten laste van de man vanaf 29 maart 2018, de datum van ontbinding huwelijk, en veroordeelde de vrouw tot betaling van €507 per maand vanaf dezelfde datum tot levering van de woning aan de man of derde, als haar aandeel in de eigenaarslasten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de man een gebruiksvergoeding van €409 per maand aan de vrouw betaalt en de vrouw €507 per maand aan de man voor haar deel van de eigenaarslasten vanaf 29 maart 2018 tot levering van de woning.