ECLI:NL:GHDHA:2018:3350
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- A.H.N. Stollenwerck
- A.N. Labohm
- A.S. Mertens-de Jong
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie: behoefte, verdiencapaciteit en terugbetaling
In deze civiele zaak stond de partneralimentatie tussen man en vrouw centraal na hun echtscheiding. De rechtbank had aan de vrouw een partneralimentatie toegekend van €1.927,- bruto per maand. De man ging in hoger beroep en verzocht vernietiging van deze beschikking en afwijzing van de alimentatie.
Het hof onderzocht de behoefte van de vrouw, waarbij het uitgaf aan de door de rechtbank vastgestelde kostenposten en het levenspatroon tijdens het huwelijk. De vrouw stelde een netto behoefte van €2.351,- per maand, wat het hof redelijk achtte. Vervolgens beoordeelde het hof de behoeftigheid van de vrouw. De vrouw beschikte nog over een vermogen van circa €80.000,- en had een verdiencapaciteit die gelijkgesteld werd aan een fulltime inkomen van €2.054,60 bruto per maand. Hierdoor kon zij volledig in haar eigen behoefte voorzien.
Het hof vernietigde daarom de beschikking voor zover het partneralimentatie betreft, wees het verzoek van de vrouw af en bepaalde dat zij de teveel ontvangen alimentatie vanaf de inschrijving van de echtscheiding in de registers moet terugbetalen. De proceskosten in hoger beroep werden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof vernietigt de toekenning van partneralimentatie en wijst het verzoek af omdat de vrouw voldoende eigen middelen heeft.