ECLI:NL:HR:2003:AM2379
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofbeslissing over alimentatie na echtscheiding en verwijst terug
De zaak betreft een geschil over de hoogte van de alimentatie die de man aan de vrouw moet betalen na hun echtscheiding, uitgesproken door de rechtbank Rotterdam en bevestigd door het hof te 's-Gravenhage. De vrouw had een alimentatie van ƒ 13.700 bruto per maand gevorderd, de rechtbank stelde deze vast op ƒ 11.000, het hof bekrachtigde dit met een omzetting naar € 4.991,58.
De man stelde dat de alimentatie te hoog was en dat de welstand van partijen tijdens het huwelijk moest worden bepaald aan de hand van de daadwerkelijke uitgaven, niet alleen het inkomen. Het hof oordeelde dat de welstand mede bepaald wordt door het inkomen en de vermogensvorming, en verwierp de stelling van de man dat partijen leefden van circa ƒ 5.700 netto per maand.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verschil tussen de privé-opnamen en de netto privé-bestedingen niet relevant is, en dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat investeringen en reserveringen altijd tot vermogensvorming leiden die de welstand bepalen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beoordeling van de alimentatiehoogte.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling van de alimentatie.