ECLI:NL:GHDHA:2018:3387
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging faillissementsvonnis ondanks verzoek schuldsaneringsregeling
Appellant is door de rechtbank Den Haag failliet verklaard op 4 september 2018. Tijdens die zitting gaf appellant aan een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (wsnp) te willen indienen, maar dit verzoek was niet formeel ingediend volgens artikel 3.1.1.2 van het Procesreglement. De rechtbank behandelde het verzoek niet en sprak het faillissement uit.
In hoger beroep betoogde appellant dat het verzoek alsnog in behandeling genomen moest worden en dat de faillissementsaanvraag geschorst had moeten worden. Het hof overwoog dat het door appellant overgelegde stuk geen geldig verzoek was en dat de rechtbank niet verplicht was hiervan af te wijken. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigden.
Het hof zag geen reden om de zaak aan te houden om appellant alsnog in de gelegenheid te stellen een verzoek tot schuldsanering in te dienen. Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. De faillietverklaring blijft daarmee in stand, ondanks het niet-ontvankelijk verklaarde verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het faillissementsvonnis en wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af wegens niet-naleving van de procedure.