ECLI:NL:GHDHA:2018:3769
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep gezagsgeschil over informatieverstrekking school en woonadres minderjarige
Partijen hadden een affectieve relatie waaruit twee minderjarige kinderen zijn geboren. De man en vrouw zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over één kind, en de vrouw heeft alleen gezag over het andere. Er loopt een procedure over wijziging van het gezag en zorgverdeling. De rechtbank stelde een voorlopige begeleide omgangsregeling vast en verzocht de raad voor de kinderbescherming een onderzoek te doen.
De vrouw vroeg vervangende toestemming voor inschrijving van het kind op de huidige school, de man vorderde in reconventie informatie over de school en het woonadres van de vrouw. De voorzieningenrechter wees de vordering van de man af. De man ging in hoger beroep en vorderde alsnog dat de vrouw verplicht wordt deze gegevens te verstrekken, onder dwangsom.
Het hof overwoog dat de relatie tussen partijen moeizaam is, met een verstoorde verstandhouding en eerdere onaangekondigde bezoeken van de man die onrust veroorzaakten bij de kinderen. Er is sprake van een lopende bodemprocedure en een nog niet gestart omgangstraject. Het belang van de minderjarige bij rust en bescherming tegen onrust weegt zwaarder dan het belang van de man bij informatieverstrekking. Het hof concludeert dat de man geen spoedeisend belang heeft en wijst het hoger beroep af. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt dat de vrouw niet verplicht is school- en adresgegevens te verstrekken.