Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 20 februari 2018
[appellant],
Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V.,
Het geding
De beoordeling van het geschil
Beslissing
opnieuw recht doende:
Gerechtshof Den Haag
Appellant had bij Nationale-Nederlanden (NN) een woonhuis- en inboedelverzekering afgesloten voor zijn woning. Na waterschade in het souterrain in september en oktober 2013 diende appellant twee schademeldingen in. Voor de eerste schade overhandigde appellant een offerte van een loodgietersbedrijf, maar betaalde deze niet en gaf ook geen opdracht voor herstel. Desondanks verzocht hij NN om betaling van het restantbedrag, waarbij hij een printscreen van een betaalopdracht meestuurde die feitelijk niet was uitgevoerd.
NN concludeerde dat appellant opzettelijk onjuiste informatie had verstrekt om de uitkering te verkrijgen en beëindigde de verzekeringsovereenkomsten per 11 april 2014. Appellant vorderde daarop in hoger beroep vernietiging van deze beëindiging en herstel van de verzekeringen. Het hof stelde vast dat appellant inderdaad opzettelijk heeft misleid door de indruk te wekken dat betaling had plaatsgevonden terwijl dat niet het geval was.
Echter, het hof oordeelde dat de beëindiging van de verzekeringsovereenkomsten een te zware maatregel was gezien het eenmalige incident, de lange verzekeringsduur zonder eerdere incidenten, de geringe omvang van het bedrag, en de problematische privéomstandigheden van appellant. NN had onvoldoende onderbouwd waarom een minder ingrijpende maatregel niet volstond. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vordering van appellant toe, waarbij de beëindiging ongedaan werd gemaakt en de verzekeringspolissen werden hersteld.
Uitkomst: De beëindiging van de verzekeringsovereenkomsten wordt ongedaan gemaakt en de polissen worden hersteld.