Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 6 maart 2018 (uitwerking van het arrest van 19 februari 2018)
SANOFI-AVENTIS NETHERLANDS B.V.,
DE STAAT DER NEDERLANDEN (MINISTERIE VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT),
Het verloop van het geding
MMR: where are we now?’ Deze beide stukken behoren daarom tot de processtukken.
De beoordeling van het hoger beroep
Summary of Product Characteristics) worden gevoegd. De SmPC is bedoeld als basisinformatie voor zorgprofessionals die het product gebruiken en vormt daarnaast de basis voor de bijsluiter die voor de patiënt bestemd is. Het verlenen van een marktvergunning vindt niet plaats dan na een uitvoerige beoordeling van de veiligheid en effectiviteit van het geneesmiddel.
Clinical data indicate that Infanrix hexa can be given to preterm infants, however, as expected in this population, a lower immune response has been observed for some antigens (…)’.
Special Populations
(…) (wij) (maken) uit het Gezondheidsraad advies op dat u bereid bent om onderzoek naar effecten bij prematuren uit te voeren. Wij verwachten dat deze (…) geplande onderzoeken de, door de Gezondheidsraad geconstateerde, lacune op termijn zullen opvullen.’
Zoals telefonisch besproken zijn we aan het kijken wat haalbaar is en wijsheid wat betreft het kunnen aanleveren van premature data (…).
Invitation to Tender’ (ITT) van het RIVM voor het verschaffen van het combinatievaccin gepubliceerd waarmee de aanbesteding daarvoor is geopend. In de ITT is opgenomen als eis 7.2.2 (hierna kortweg: Eis 7.2.2):
De eindconclusie is dat de Benefit/Risk balans van Hexyon ongewijzigd is en er geen aanpassingen in de SmPC nodig zijn, ook niet met betrekking tot het onderzoek bij prematuren. Naar aanleiding van het onderzoek bij prematuren dat momenteel in het Universitair Ziekenhuis te Leuven gedaan wordt heeft de firma toegezegd op korte termijn een wijziging van de SmPC in te sturen om de resultaten van deze studie op te nemen in deze product informatie.’
Dassonville-formule, genoemd naar het arrest Hof van Justitie van de EU (HvJEU) in de ‘
Dassonville’-zaak C-8/74. Hieronder vallen ook maatregelen zonder onderscheid (HvJEU, zaak 120/78 ‘
Cassis de Dijon’). De
Dassonville-formule geldt dus eveneens voor overheidsmaatregelen die geen onderscheid maken tussen binnenlandse handel en invoer.
Eiterköpfe’). In punt 69 van zijn – door Sanofi bij pleidooi in hoger beroep ter sprake gebrachte – arrest van 8 juni 2017 in zaak C-296/15 ‘
Medisanus’ heeft het HvJEU er op gewezen dat met Richtlijn 2004/18/EG geen uitputtende harmonisatie van aspecten betreffende het vrij verkeer van goederen is doorgevoerd, terwijl blijkens punt 77 en het dictum van dit arrest is nagegaan of de in dat geding aan de orde zijnde clausule uit een overheidsopdracht verenigbaar was met niet alleen richtlijn 2004/18/EG, maar ook met artikel 34 VWEU Pro en het hierna te bespreken artikel 36 VWEU Pro. Er is geen reden om te veronderstellen dat dit bij Richtlijn 2014/24/EU anders zou zijn. Gelet op dit een en ander kan het onder 4.3 vermelde standpunt van de Staat niet als juist worden aanvaard.
Com/Frankrijk’;
Com/Denemarken’;
Com/Duitsland’;
Com/Frankrijk’;
Medisanus’-arrest.
Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2016’ (hierna: het RVP 2016-rapport) – waarvan de inhoud niet is betwist – heeft de Staat voldoende aangetoond dat de vaccinatiegraad van zuigelingen, kleuters en lagere schoolkinderen al een paar jaar licht daalt, zowel bij bof, mazelen en rodehond (BMR) als bij andere vaccinaties uit het RVP (blz. 37). Gezien de in rov. 4.8 omschreven uitgangspunten is van groot belang dat een verdere daling wordt voorkomen.
in fineoverwogene is het dus van groot belang om te voorkomen dat een voedingsbodem voor zulke negatieve berichtgeving kan ontstaan. Tegen deze achtergrond zal de geschiktheid, noodzakelijkheid en evenredigheid van Eis 7.2.2 verder worden beoordeeld.
in finedie maatregel objectief en niet discriminerend is (vgl. de punten 49 e.v. van het al eerder genoemde arrest van het HvJEU in zaak C-192/01 ‘
Com/Denemarken’).
inclusief opname premature data in SPC’ (zie rov. 1.j en m). Verder heeft zij in haar mail van 5 december 2016 bevestigd dat zij werkt aan indiening van een variatie – dat is, naar onbestreden vaststelling van de rechtbank, een wijziging van de SmPC – waarbij ook de Duitse en Belgische data met betrekking tot de toepassing van prematuren zullen worden meegenomen (zie rov. 1.l). Uit deze twee mails blijkt dat Sanofi er zelf van uitging dat vermelding van de data over prematuren in de SmPC van belang was of kon zijn voor een aanbestedende dienst. Bij deze stand van zaken kan niet worden gezegd dat Sanofi aan de uitlatingen van de zijde van de Staat in de periode van 2014 tot de publicatie van Eis 7.2.2 in begin oktober 2017 over de verkrijging en aanlevering van data over prematuren, het gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen dat in de aanbesteding niet de eis zou worden gesteld dat de SmPC data over gebruik van het vaccin voor prematuren zou bevatten. Het onder 5.2 weergegeven verweer van de Staat treft dus doel. Ook grondslag II van Sanofi’s vorderingen gaat niet op.