Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
en/ofopzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 2,9 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
of omstreeks30 mei 2017 te Rotterdam opzettelijk heeft verkocht en
/of afgeleverd en/ofverstrekt
en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 2,9 gram cocaïne, in elk gevaleen hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
of omstreeks3 april 2017 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 5,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
BESLISSING
2 (twee) jaren.
12 (twaalf) maandenna aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel een tussentijdse beoordeling dient plaats te vinden van
de noodzaak van de voortzettingvan de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelmatige daders.