Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 6 maart 2018
Eneco Services B.V.
[geïntimeerde],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Beslissing
opnieuw rechtdoende:
Gerechtshof Den Haag
Eneco en [geïntimeerde] sloten een overeenkomst voor levering van elektriciteit, tapwater en warmte, waarbij [geïntimeerde] maandelijks een voorschot betaalde. Na overstap van [geïntimeerde] naar een andere elektriciteitsleverancier leverde Eneco alleen warmte en warm tapwater. Eneco vorderde betaling van energieverbruik over november 2013 tot maart 2016, maar de rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing.
In hoger beroep overwoog het hof dat de begin- en eindmeterstanden niet betwist waren en dat het verschil tussen deze standen het werkelijke verbruik weerspiegelt. Eneco had het verbruik met jaarafrekeningen en meterstanden voldoende onderbouwd. [Geïntimeerde] had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de meter defect was of dat sprake was van dubbeltelling.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vordering tot betaling van € 4.474,41 plus rente toe. De vordering tot ontbinding van de overeenkomst en tot onderbreking van de energielevering werd afgewezen omdat Eneco haar algemene voorwaarden niet had ingebracht en een beroep daarop onaanvaardbaar was gezien het feit dat [geïntimeerde] maandelijks aflost en Eneco als monopolist fungeert.
De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd. Het arrest werd uitgesproken op 6 maart 2018 door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De vordering tot betaling van € 4.474,41 plus rente en maandelijkse voorschotbetaling wordt toegewezen; ontbinding en onderbreking levering worden afgewezen.