ECLI:NL:GHDHA:2018:454
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- C.M. Warnaar
- A.H.N. Stollenwerck
- I. Obbink-Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling echtscheiding met verdeling vennootschapsvermogen en woningverplichtingen
Partijen zijn ex-echtgenoten die in hoger beroep zijn gekomen tegen vonnissen inzake de afwikkeling van hun huwelijk, met name de verdeling van het vennootschapsvermogen van hun VOF en de woning van de man. De vrouw vordert onder meer medewerking van de man aan verkoop van het bedrijfspand, ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid voor de woning, vergoeding voor meer dan evenredige bijdrage aan de huishoudkosten en vergoeding voor aandelen en inboedel.
Het hof gaat uit van de feiten zoals vastgesteld door de rechtbank, tenzij daartegen grieven zijn gericht. De waarde van het bedrijfspand wordt vastgesteld op €530.000, conform eerdere afspraken tussen partijen, en niet op de door de rechtbank gehanteerde €545.000. De vrouw wordt niet toegewezen in haar vordering tot ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid, omdat de man reeds inspanningen heeft verricht en de bank voorwaarden heeft gesteld.
De vrouw slaagt er niet in haar stelplicht te voldoen voor haar vorderingen betreffende de BINCK aandelen, de kosten van de huishouding en de inboedel, waardoor deze worden afgewezen. De man wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de overwaarde van het bedrijfspand aan de vrouw en de vrouw tot betaling aan de man van een erkend bedrag van €9.230,72. Proceskosten worden gecompenseerd en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof stelt de waarde van het bedrijfspand op €530.000 en wijst enkele vorderingen toe, terwijl andere worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.