Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
Balans, winst en verlies
4.De omvang van het geschil
“voorzieningen met betrekking tot de verdeling van de gemeenschap of bij huwelijkse voorwaarden overeengekomen verrekening van inkomsten of van vermogen”en vervolgt in onderdeel f
“een andere voorziening dan bedoeld in de onderdelen a tot en met d mits deze voldoende samenhang vertoont met het verzoek tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, en niet te verwachten is dat de behandeling daarvan tot onnodige vertraging van het geding zal leiden”. Op grond van de stukken zoals die tot op heden gewisseld zijn en het verhandelde ter zitting is de rechtbank van oordeel dat een verzoek strekkend tot het vaststellen van het aandeel van de vrouw in het vennootschapsvermogen geen nevenvoorziening is als bedoeld in artikel 827 lid 1 onder Pro Rv. De rechtbank overweegt hiertoe dat een dergelijk verzoek niet van eenvoudige aard is, zodat de behandeling ervan de procedure aanzienlijk zal vertragen. Dat, zoals de vrouw nog heeft gesteld, er gerechten zijn die daar anders over denken, moge wellicht zo zijn, maar is geen reden om anders te beslissen. De door de vrouw ter zitting genoemde arresten van het gerechtshof Den Haag van 23 januari 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:454 en van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 19 september 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:4029 bieden in ieder geval geen steun voor haar standpunt, reeds omdat het in die zaken niet gaat om het hoger beroep in een echtscheidingsprocedure.
ubsidiair, indien en voor zover het primaire verzoek niet wordt gehonoreerd, een deskundige te benoemen om haar vorderingsrecht ingevolge art. 19 van Pro de huwelijkse voorwaarden te beoordelen.
5.De motivering van de beslissing
vrouwvoert het volgende aan.
manheeft verweer gevoerd. Hij voert, kort samengevat, het volgende aan.
hofoverweegt als volgt.