ECLI:NL:GHDHA:2018:724
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging en verstoorde omgangsregeling
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind, die door de rechtbank Rotterdam was bevolen vanwege een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige verliep moeizaam en werd sinds februari 2017 geheel opgeschort.
De raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling stelden dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk was omdat vrijwillige hulpverlening en mediation niet tot een werkbare omgangsregeling hadden geleid. De communicatie tussen de ouders was ernstig verstoord, wat negatieve gevolgen had voor het welzijn van het kind.
Het hof oordeelde dat ondanks de jonge leeftijd van de minderjarige en het feit dat hij zich op school redelijk ontwikkelt, de situatie een ernstige bedreiging vormt voor zijn ontwikkeling. De ouders konden niet zonder professionele begeleiding tot een stabiele omgangsregeling komen. Daarom werd de ondertoezichtstelling bekrachtigd om verdere ontwikkelingsschade te voorkomen en de omgang onder begeleiding voort te zetten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige wegens een ernstige ontwikkelingsbedreiging en verstoorde omgangsregeling.